
Europese Veiligheid in de schaduw van München: terug naar 1938?
Prof. dr. Frans Osinga schetste in zijn lezing een ontnuchterend beeld van de huidige veiligheidssituatie van Europa: volgens hem leven we niet meer in een naoorlogse, maar in een pre‑war era, waarin grootschalig conflict op het continent opnieuw voorstelbaar is en we in zekere zin terugkeren naar de logica van 1938 München.
Klik hier voor zijn begeleidende beeldpresentatie.
Van optimisme naar pre‑war era
Na de val van de Berlijnse Muur overheerste in Europa het idee dat de geschiedenis zijn eindpunt had bereikt en dat liberale democratie en economische verwevenheid grote oorlogen overbodig hadden gemaakt. Dit optimisme voedde een strategische cultuur van pacificatie: defensiebudgetten daalden fors, legers werden afgeslankt en primair ingericht op kleinschalige, humanitaire missies ver van huis. Oorlog gold als iets dat zich alleen nog in “black holes” als Afghanistan of delen van Afrika afspeelde, terwijl Europa onder de Amerikaanse nucleaire en militaire paraplu in een comfortabele luxe‑positie verkeerde.
Die illusie werd volgens Osinga geleidelijk doorbroken: eerst met de annexatie van de Krim in 2014, vervolgens definitief met de grootschalige invasie van Oekraïne in 2022. Waar het Westen in 2014 nog zwak en verdeeld reageerde, ervoer Poetin dat als bevestiging dat Europa niet bereid was harde macht in te zetten en dat de risico’s van escalatie voor Rusland beheersbaar waren.
De oorlog in Oekraïne als industriële uitputtingsslag
De huidige fase van de oorlog in Oekraïne typeerde Osinga als een klassieke uitputtingsslag, waarin Rusland is teruggevallen op een totale oorlogscultuur en mensenlevens als verbruiksgoed inzet. Voor elke veroverde vierkante kilometer betaalt Rusland volgens hem de prijs van honderden doden, wat onderstreept dat territoriale winst vooral wordt gekocht met massale verliezen. Daartegenover staat een Oekraïne dat, dankzij westerse steun en technologische innovatie (met name de massale inzet van drones), in staat is het Russische leger zware schade toe te brengen en de eigen verliezen te beperken.
Osinga benadrukte dat drones in de loop van de oorlog transformeerden van niche‑capaciteit tot een van de bepalende wapensystemen op het slagveld. Rond 2024–2025 zouden onbemande systemen in sommige sectoren verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de Russische materiële verliezen, waar dat in het begin vooral artillerie en klein kaliber vuur waren. Tegelijkertijd heeft Rusland zijn economie stapsgewijs omgeschakeld naar een oorlogseconomie, waardoor het regime de kosten van deze uitputtingsstrijd op langere termijn op de eigen bevolking kan blijven afwentelen.
Een bijzonder zorgpunt voor Europa acht Osinga het scenario waarin Oekraïne verliest: in dat geval ziet hij een reëel risico dat de Baltische staten of andere NAVO‑landen de volgende testcases worden voor een Russische poging om de geloofwaardigheid van artikel 5 te ondermijnen.
Trump, MAGA en het einde van de Pax Americana
Een groot deel van de lezing was gewijd aan de veranderende rol van de Verenigde Staten en de impact van Donald Trump en de MAGA‑beweging op de internationale orde. Osinga schetste Trump als een leider die bondgenootschappen niet ziet als waardegemeenschappen, maar als transacties in een zero‑sum logica, waarin partners vooral worden beoordeeld op wat zij “betalen”. In die optiek verliest de traditionele Pax Americana – de periode waarin Amerikaanse macht en bereidheid tot leiderschap voor een relatief stabiele wereldorde zorgden – haar draagvlak in Washington.
In de documenten en plannen rond een tweede termijn, zoals Project 2025, herkende Osinga een streven naar een radicale herordening van de Amerikaanse staat en een scherpe heroriëntatie op binnenlandse grenzen en concurrentie met China, ten koste van de aandacht voor Europese veiligheid. Trump heeft meermaals getwijfeld aan de waarde van NAVO’s bijstandsverplichting en openlijk gespeculeerd over het niet langer automatisch verdedigen van bondgenoten, waarmee de politieke geloofwaardigheid van de Amerikaanse nucleaire paraplu onder druk komt te staan. Daarbij komt dat binnen de MAGA‑beweging en onder evangelische achterbannen democratie niet langer als vanzelfsprekende kernwaarde geldt; dit voedt Osinga’s zorg dat de Amerikaanse rechtsstaat structureel erodeert, ook voorbij Trump zelf.
Osinga wees erop dat zelfs als Trump als persoon uit beeld verdwijnt, er een nieuwe generatie conservatieve leiders klaarstaat die ideologisch nog radicaler én beter georganiseerd is. Daarmee, zo stelde hij, is de Amerikaanse onbetrouwbaarheid niet een tijdelijke rimpel, maar mogelijk een structurele factor waarmee Europa rekening moet houden.
Europa in de schaduw van München
Tegen deze achtergrond plaatste Osinga de Europese veiligheid expliciet “in de schaduw van München”: de huidige situatie vertoont volgens hem verontrustende parallellen met 1938, toen de westerse mogendheden Poetins voorganger Hitler probeerden te beteugelen via appeasement (verzoening). Hij verwees naar recente uitspraken van Europese leiders en analyses uit gezaghebbende tijdschriften, waarin gewezen wordt op de terugkeer van grootmachtpolitiek, het verval van multilaterale instituties en een wereldorde die steeds minder door regels en steeds meer door rauwe macht wordt gestuurd.
In die context waarschuwde Osinga voor de verleiding om het conflict in Oekraïne te “bevriezen” via een schijnbare compromisvrede die in feite neerkomt op het belonen van agressie. Het risico is dan dat Europa opnieuw – net zoals in de jaren dertig – een agressieve, revisionistische macht aan zijn oostgrens laat consolideren, in de illusie daarmee vrede te kopen, terwijl men feitelijk een grotere toekomstige oorlog voorbereidt.
Osinga betoogde dat Rusland het conflict niet alleen als een territoriale oorlog tegen Oekraïne ziet, maar ook als een existentiële beschavingsstrijd tegen het Westen en zijn waarden. Dit blijkt onder meer uit de Russische retoriek, de ideologische framing door figuren rond het Kremlin en uit praktijken in bezette gebieden, waar bevolkingsvervanging, deportaties en systematische onderdrukking van de Oekraïense identiteit plaatsvinden.
Russische hybride oorlog en kwetsbaar Europa
Naast de klassieke militaire dreiging ging Osinga uitvoerig in op de hybride oorlogsvoering waarmee Rusland Europa al jaren bestookt. Hij presenteerde voorbeelden van desinformatiecampagnes, cyberaanvallen, het instrumentaliseren van migratiestromen, sabotage van pijpleidingen en datakabels, en pogingen om via steun aan extremistische partijen de democratische cohesie te ondermijnen.
Zo kwamen onder meer incidenten aan bod rond Russische schepen in de nabijheid van cruciale onderzeese kabels, drone‑activiteiten rond kritieke infrastructuur en sabotage‑ en brandstichtingsincidenten bij militaire en civiele doelen in diverse Europese landen. Ook beschreef hij hoe Russische staatsmedia en beïnvloedingsnetwerken systematisch negatieve narratieven over de EU verspreiden – variërend van het beeld van een “decadent” en “vervalsch” Europa tot het aanwakkeren van polarisatie rond migratie, identiteit en energie.
Osinga koppelde deze hybride instrumenten aan een bewuste Russische strategie: het zaaien van wantrouwen in instituties, het ondermijnen van feiten en expertise en het normaliseren van complottheorieën, in lijn met analyses van denkers als Hannah Arendt en contemporaine auteurs over moderne desinformatie. Het doel is volgens hem om de wils- en weerbaarheidskracht van Europese samenlevingen te breken, zodat Moskou met relatief beperkte inzet maximale politieke winst kan boeken.
De opgave voor Europa
In zijn slotbeschouwing formuleerde Osinga een heldere en veeleisende agenda voor Europa. Allereerst moet de Europese defensie‑industrie substantieel worden opgeschaald: munitievoorraden, onderhoudscapaciteit en productie van zware wapens zijn op dit moment volgens hem ontoereikend voor een langdurig, grootschalig conflict, en Europa heeft het zich te lang veroorloofd te vertrouwen op Amerikaanse industriële slagkracht.
Daarnaast pleitte hij voor een verregaande “Europeanisering” van de NAVO: Europese landen moeten in staat zijn om, ook bij een terugtrekkende of onvoorspelbare Verenigde Staten, het eigen luchtruim te verdedigen, complexe militaire operaties aan te voeren en in alle domeinen (cyber, ruimte, lucht, land en zee) geloofwaardige afschrikking te bieden. Daarbij horen investeringen in lucht- en raketverdediging, langeafstandsprecisiewapens, ISR‑capaciteit en strategische luchttransportmiddelen, zoals recent door verschillende veiligheidsstudies is doorgerekend.
Een derde pijler vormt de maatschappelijke weerbaarheid. Europa zal kritieke infrastructuur – van datacenters en havens tot energie‑ en communicatienetten – beter moeten beschermen, de afhankelijkheid van autoritaire regimes verkleinen en tegelijkertijd de democratische instituties en publieke debatcultuur versterken tegen desinformatie en polarisatie. Osinga verwees daarbij naar voorbeelden als de Zweedse aanpak van “totaaldefensie”, waarbij de hele samenleving wordt voorbereid op crisissituaties, inclusief duidelijke communicatie naar burgers over hun rol.
Ondanks de zwaarte van zijn diagnose zag Osinga ook lichtpuntjes. Hij wees op de ongekende eensgezindheid onder Europese leiders in de reactie op de Russische agressie, de toegenomen militaire samenwerking en de bereidheid van veel landen om eindelijk de NAVO‑norm van 2 procent van het BBP aan defensie te halen of zelfs te overschrijden. De NAVO als militair-bureaucratische organisatie functioneert volgens hem nog steeds zeer krachtig; het zijn vooral de politieke garanties – bovenal die van de Verenigde Staten – die wankelen.
De lezing werd afgesloten met de sombere maar mobiliserende boodschap dat veiligheid niet gratis is en dat Europa mentaal en financieel moet wennen aan een wereld waarin het zijn eigen vrijheid weer actief zal moeten verdedigen. De tijd van naïviteit is, zo onderstreepte Osinga, definitief voorbij.
Discussieronde
Na een indrukwekkende en indringende lezing door prof. dr. Frans Osinga over de huidige geopolitieke verschuivingen, werd de gelegenheid geboden aan de leden van de Culturele Kring om vragen te stellen. Er ontstond een diepgaande discussie over de toekomst van internationale conflicten, de stabiliteit van de NAVO en de staat van de Amerikaanse democratie. Hieronder volgt een gedetailleerde weergave van de besproken thema’s.
1. De oorlog in Oekraïne: Einde en vredesonderhandelingen
Op de vraag hoe en wanneer het conflict tussen Rusland en Oekraïne zal eindigen, en waarom er zo weinig over vrede wordt gesproken, schetste Osinga een complex beeld. Een wapenstilstand of bestand komt er pas als beide partijen ervan overtuigd zijn dat doorvechten minder oplevert dan stoppen. Momenteel ontbreekt echter de belangrijkste voorwaarde: vertrouwen.
Zelensky weigert te onderhandelen zolang Poetin aan de macht is, wijzend op het feit dat Rusland de afgelopen 30 jaar elk verdrag heeft geschonden. Poetin op zijn beurt weigert gesprekken met Zelensky. Bovendien heeft Zelensky weinig politieke bewegingsruimte; 60-70% van de Oekraïense bevolking wijst territoriale concessies (zoals het opgeven van de Donbass) resoluut af, zowel om morele als economische redenen (vanwege de aanwezige grondstoffen).
Voor Poetin is de oorlog inmiddels verweven met het voortbestaan van zijn regime. Het stoppen van de oorlog zou betekenen dat 700.000 getraumatiseerde soldaten terugkeren naar een maatschappij die inmiddels economisch afhankelijk is geworden van de militaire industrie. Hoewel er geruchten zijn dat Amerika Oekraïne onder druk zet om gebieden op te geven in ruil voor veiligheidsgaranties, waarschuwde Osinga voor de onbetrouwbaarheid van Trump in dergelijke deals.
2. De invloed van Donald Trump en de Amerikaanse democratie
Een groot deel van de vragenronde richtte zich op de figuur Trump. Osinga toonde zich zeer bezorgd over de erosie van de democratische rechtsorde in de VS. Hij beschreef Trump als iemand die instituten ontmantelt, de media aanvalt en het rechtssysteem naar zijn hand zet.
Volgens Osinga is de “Pax Americana” – de periode van relatieve vrede onder Amerikaanse leiding – voorbij. Amerika lijkt niet langer de hoeder van de internationale rechtsorde te willen zijn. Hij wees op de enorme invloed van de MAGA-beweging en de ‘evangelicals’, die democratie niet langer als een absolute vereiste zien. Zelfs als Trump zou wegvallen, staat met figuren als JD Vance een nog radicalere en intelligentere generatie klaar. Osinga vreesde dat toekomstige verkiezingen (zoals de midterms) niet meer volgens de normale democratische normen zullen verlopen.
3. De NAVO: Dood of springlevend?
Naar aanleiding van geluiden in de media dat de NAVO “dood” zou zijn, nuanceerde Osinga dit beeld sterk. De NAVO is veel meer dan alleen de politieke top in Brussel; het is een diepgewortelde militaire en bureaucratische infrastructuur. Dagelijks werken duizenden experts samen aan strategische plannen, opleidingen en technologische standaarden. Deze “militaire machine” functioneert nog uitstekend.
Het probleem zit in de politieke garantie van Artikel 5 (collectieve defensie). Onder Trump is de zekerheid van de Amerikaanse nucleaire paraplu onzeker geworden. Osinga pleit daarom voor de “Europeanisering van de NAVO”. Europa moet in staat zijn om zelfstandig complexe operaties te leiden en de eigen veiligheid te garanderen, los van wie er in het Witte Huis zit. Dit proces is inmiddels ingezet, waarbij zelfs gesproken wordt over een Europese nucleaire rol voor Frankrijk.
4. China en Taiwan
Over de spanningen rond Taiwan merkte Osinga op dat een conflict niet per se een invasie hoeft te betekenen. China hanteert momenteel een strategie van maritieme blokkades en constante schendingen van het luchtruim om Taiwan tot capitulatie te dwingen. De onberekenbaarheid van Trump zorgt er hier voor dat landen als Japan en Zuid-Korea hun eigen krijgsmacht fors uitbreiden en zelfs nadenken over eigen kernwapens.
5. Media en informatievoorziening
Op een vraag over de kwaliteit van de Nederlandse nieuwsvoorziening vergeleken met de VS, was Osinga gematigd positief. Hoewel hij infotainment-programma’s (waar oorlog wordt afgewisseld met triviaal nieuws) bekritiseerde, zag hij bij kwaliteitsmedia en programma’s als Nieuwsuur een toenemend niveau van expertise. Hij uitte echter zorgen over de jongere generatie die nieuws hoofdzakelijk via sociale media zoals TikTok consumeert, wat de deur openzet voor desinformatie en propaganda.
Conclusie
De sessie werd afgesloten met een dankwoord van de voorzitter. Hoewel de geschetste wereldorde zorgwekkend is, werd de diepgang en visie van prof. dr. Osinga zeer gewaardeerd.

