Europese Veiligheid in de schaduw van München: terug naar 1938?

Prof. dr. Frans Osinga schetste in zijn lezing een ontnuchterend beeld van de huidige veiligheidssituatie van Europa: volgens hem leven we niet meer in een naoorlogse, maar in een pre‑war era, waarin grootschalig conflict op het continent opnieuw voorstelbaar is en we in zekere zin terugkeren naar de logica van 1938 München.

Klik hier voor zijn begeleidende beeldpresentatie.

Van optimisme naar pre‑war era
Na de val van de Berlijnse Muur overheerste in Europa het idee dat de geschiedenis zijn eindpunt had bereikt en dat liberale democratie en economische verwevenheid grote oorlogen overbodig hadden gemaakt. Dit optimisme voedde een strategische cultuur van pacificatie: defensiebudgetten daalden fors, legers werden afgeslankt en primair ingericht op kleinschalige, humanitaire missies ver van huis. Oorlog gold als iets dat zich alleen nog in “black holes” als Afghanistan of delen van Afrika afspeelde, terwijl Europa onder de Amerikaanse nucleaire en militaire paraplu in een comfortabele luxe‑positie verkeerde.
Die illusie werd volgens Osinga geleidelijk doorbroken: eerst met de annexatie van de Krim in 2014, vervolgens definitief met de grootschalige invasie van Oekraïne in 2022. Waar het Westen in 2014 nog zwak en verdeeld reageerde, ervoer Poetin dat als bevestiging dat Europa niet bereid was harde macht in te zetten en dat de risico’s van escalatie voor Rusland beheersbaar waren.

De oorlog in Oekraïne als industriële uitputtingsslag
De huidige fase van de oorlog in Oekraïne typeerde Osinga als een klassieke uitputtingsslag, waarin Rusland is teruggevallen op een totale oorlogscultuur en mensenlevens als verbruiksgoed inzet. Voor elke veroverde vierkante kilometer betaalt Rusland volgens hem de prijs van honderden doden, wat onderstreept dat territoriale winst vooral wordt gekocht met massale verliezen. Daartegenover staat een Oekraïne dat, dankzij westerse steun en technologische innovatie (met name de massale inzet van drones), in staat is het Russische leger zware schade toe te brengen en de eigen verliezen te beperken.
Osinga benadrukte dat drones in de loop van de oorlog transformeerden van niche‑capaciteit tot een van de bepalende wapensystemen op het slagveld. Rond 2024–2025 zouden onbemande systemen in sommige sectoren verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de Russische materiële verliezen, waar dat in het begin vooral artillerie en klein kaliber vuur waren. Tegelijkertijd heeft Rusland zijn economie stapsgewijs omgeschakeld naar een oorlogseconomie, waardoor het regime de kosten van deze uitputtingsstrijd op langere termijn op de eigen bevolking kan blijven afwentelen.
Een bijzonder zorgpunt voor Europa acht Osinga het scenario waarin Oekraïne verliest: in dat geval ziet hij een reëel risico dat de Baltische staten of andere NAVO‑landen de volgende testcases worden voor een Russische poging om de geloofwaardigheid van artikel 5 te ondermijnen.

Trump, MAGA en het einde van de Pax Americana
Een groot deel van de lezing was gewijd aan de veranderende rol van de Verenigde Staten en de impact van Donald Trump en de MAGA‑beweging op de internationale orde. Osinga schetste Trump als een leider die bondgenootschappen niet ziet als waardegemeenschappen, maar als transacties in een zero‑sum logica, waarin partners vooral worden beoordeeld op wat zij “betalen”. In die optiek verliest de traditionele Pax Americana – de periode waarin Amerikaanse macht en bereidheid tot leiderschap voor een relatief stabiele wereldorde zorgden – haar draagvlak in Washington.
In de documenten en plannen rond een tweede termijn, zoals Project 2025, herkende Osinga een streven naar een radicale herordening van de Amerikaanse staat en een scherpe heroriëntatie op binnenlandse grenzen en concurrentie met China, ten koste van de aandacht voor Europese veiligheid. Trump heeft meermaals getwijfeld aan de waarde van NAVO’s bijstandsverplichting en openlijk gespeculeerd over het niet langer automatisch verdedigen van bondgenoten, waarmee de politieke geloofwaardigheid van de Amerikaanse nucleaire paraplu onder druk komt te staan. Daarbij komt dat binnen de MAGA‑beweging en onder evangelische achterbannen democratie niet langer als vanzelfsprekende kernwaarde geldt; dit voedt Osinga’s zorg dat de Amerikaanse rechtsstaat structureel erodeert, ook voorbij Trump zelf.
Osinga wees erop dat zelfs als Trump als persoon uit beeld verdwijnt, er een nieuwe generatie conservatieve leiders klaarstaat die ideologisch nog radicaler én beter georganiseerd is. Daarmee, zo stelde hij, is de Amerikaanse onbetrouwbaarheid niet een tijdelijke rimpel, maar mogelijk een structurele factor waarmee Europa rekening moet houden.

Europa in de schaduw van München
Tegen deze achtergrond plaatste Osinga de Europese veiligheid expliciet “in de schaduw van München”: de huidige situatie vertoont volgens hem verontrustende parallellen met 1938, toen de westerse mogendheden Poetins voorganger Hitler probeerden te beteugelen via appeasement (verzoening). Hij verwees naar recente uitspraken van Europese leiders en analyses uit gezaghebbende tijdschriften, waarin gewezen wordt op de terugkeer van grootmachtpolitiek, het verval van multilaterale instituties en een wereldorde die steeds minder door regels en steeds meer door rauwe macht wordt gestuurd.
In die context waarschuwde Osinga voor de verleiding om het conflict in Oekraïne te “bevriezen” via een schijnbare compromisvrede die in feite neerkomt op het belonen van agressie. Het risico is dan dat Europa opnieuw – net zoals in de jaren dertig – een agressieve, revisionistische macht aan zijn oostgrens laat consolideren, in de illusie daarmee vrede te kopen, terwijl men feitelijk een grotere toekomstige oorlog voorbereidt.
Osinga betoogde dat Rusland het conflict niet alleen als een territoriale oorlog tegen Oekraïne ziet, maar ook als een existentiële beschavingsstrijd tegen het Westen en zijn waarden. Dit blijkt onder meer uit de Russische retoriek, de ideologische framing door figuren rond het Kremlin en uit praktijken in bezette gebieden, waar bevolkingsvervanging, deportaties en systematische onderdrukking van de Oekraïense identiteit plaatsvinden.
Russische hybride oorlog en kwetsbaar Europa
Naast de klassieke militaire dreiging ging Osinga uitvoerig in op de hybride oorlogsvoering waarmee Rusland Europa al jaren bestookt. Hij presenteerde voorbeelden van desinformatiecampagnes, cyberaanvallen, het instrumentaliseren van migratiestromen, sabotage van pijpleidingen en datakabels, en pogingen om via steun aan extremistische partijen de democratische cohesie te ondermijnen.
Zo kwamen onder meer incidenten aan bod rond Russische schepen in de nabijheid van cruciale onderzeese kabels, drone‑activiteiten rond kritieke infrastructuur en sabotage‑ en brandstichtingsincidenten bij militaire en civiele doelen in diverse Europese landen. Ook beschreef hij hoe Russische staatsmedia en beïnvloedingsnetwerken systematisch negatieve narratieven over de EU verspreiden – variërend van het beeld van een “decadent” en “vervalsch” Europa tot het aanwakkeren van polarisatie rond migratie, identiteit en energie.
Osinga koppelde deze hybride instrumenten aan een bewuste Russische strategie: het zaaien van wantrouwen in instituties, het ondermijnen van feiten en expertise en het normaliseren van complottheorieën, in lijn met analyses van denkers als Hannah Arendt en contemporaine auteurs over moderne desinformatie. Het doel is volgens hem om de wils- en weerbaarheidskracht van Europese samenlevingen te breken, zodat Moskou met relatief beperkte inzet maximale politieke winst kan boeken.

De opgave voor Europa
In zijn slotbeschouwing formuleerde Osinga een heldere en veeleisende agenda voor Europa. Allereerst moet de Europese defensie‑industrie substantieel worden opgeschaald: munitievoorraden, onderhoudscapaciteit en productie van zware wapens zijn op dit moment volgens hem ontoereikend voor een langdurig, grootschalig conflict, en Europa heeft het zich te lang veroorloofd te vertrouwen op Amerikaanse industriële slagkracht.
Daarnaast pleitte hij voor een verregaande “Europeanisering” van de NAVO: Europese landen moeten in staat zijn om, ook bij een terugtrekkende of onvoorspelbare Verenigde Staten, het eigen luchtruim te verdedigen, complexe militaire operaties aan te voeren en in alle domeinen (cyber, ruimte, lucht, land en zee) geloofwaardige afschrikking te bieden. Daarbij horen investeringen in lucht- en raketverdediging, langeafstandsprecisiewapens, ISR‑capaciteit en strategische luchttransportmiddelen, zoals recent door verschillende veiligheidsstudies is doorgerekend.
Een derde pijler vormt de maatschappelijke weerbaarheid. Europa zal kritieke infrastructuur – van datacenters en havens tot energie‑ en communicatienetten – beter moeten beschermen, de afhankelijkheid van autoritaire regimes verkleinen en tegelijkertijd de democratische instituties en publieke debatcultuur versterken tegen desinformatie en polarisatie. Osinga verwees daarbij naar voorbeelden als de Zweedse aanpak van “totaaldefensie”, waarbij de hele samenleving wordt voorbereid op crisissituaties, inclusief duidelijke communicatie naar burgers over hun rol.

Ondanks de zwaarte van zijn diagnose zag Osinga ook lichtpuntjes. Hij wees op de ongekende eensgezindheid onder Europese leiders in de reactie op de Russische agressie, de toegenomen militaire samenwerking en de bereidheid van veel landen om eindelijk de NAVO‑norm van 2 procent van het BBP aan defensie te halen of zelfs te overschrijden. De NAVO als militair-bureaucratische organisatie functioneert volgens hem nog steeds zeer krachtig; het zijn vooral de politieke garanties – bovenal die van de Verenigde Staten – die wankelen.
De lezing werd afgesloten met de sombere maar mobiliserende boodschap dat veiligheid niet gratis is en dat Europa mentaal en financieel moet wennen aan een wereld waarin het zijn eigen vrijheid weer actief zal moeten verdedigen. De tijd van naïviteit is, zo onderstreepte Osinga, definitief voorbij.

Discussieronde

Na een indrukwekkende en indringende lezing door prof. dr. Frans Osinga over de huidige geopolitieke verschuivingen, werd de gelegenheid geboden aan de leden van de Culturele Kring om vragen te stellen. Er ontstond een diepgaande discussie over de toekomst van internationale conflicten, de stabiliteit van de NAVO en de staat van de Amerikaanse democratie. Hieronder volgt een gedetailleerde weergave van de besproken thema’s.

1. De oorlog in Oekraïne: Einde en vredesonderhandelingen
Op de vraag hoe en wanneer het conflict tussen Rusland en Oekraïne zal eindigen, en waarom er zo weinig over vrede wordt gesproken, schetste Osinga een complex beeld. Een wapenstilstand of bestand komt er pas als beide partijen ervan overtuigd zijn dat doorvechten minder oplevert dan stoppen. Momenteel ontbreekt echter de belangrijkste voorwaarde: vertrouwen.

Zelensky weigert te onderhandelen zolang Poetin aan de macht is, wijzend op het feit dat Rusland de afgelopen 30 jaar elk verdrag heeft geschonden. Poetin op zijn beurt weigert gesprekken met Zelensky. Bovendien heeft Zelensky weinig politieke bewegingsruimte; 60-70% van de Oekraïense bevolking wijst territoriale concessies (zoals het opgeven van de Donbass) resoluut af, zowel om morele als economische redenen (vanwege de aanwezige grondstoffen).

Voor Poetin is de oorlog inmiddels verweven met het voortbestaan van zijn regime. Het stoppen van de oorlog zou betekenen dat 700.000 getraumatiseerde soldaten terugkeren naar een maatschappij die inmiddels economisch afhankelijk is geworden van de militaire industrie. Hoewel er geruchten zijn dat Amerika Oekraïne onder druk zet om gebieden op te geven in ruil voor veiligheidsgaranties, waarschuwde Osinga voor de onbetrouwbaarheid van Trump in dergelijke deals.

2. De invloed van Donald Trump en de Amerikaanse democratie
Een groot deel van de vragenronde richtte zich op de figuur Trump. Osinga toonde zich zeer bezorgd over de erosie van de democratische rechtsorde in de VS. Hij beschreef Trump als iemand die instituten ontmantelt, de media aanvalt en het rechtssysteem naar zijn hand zet.

Volgens Osinga is de “Pax Americana” – de periode van relatieve vrede onder Amerikaanse leiding – voorbij. Amerika lijkt niet langer de hoeder van de internationale rechtsorde te willen zijn. Hij wees op de enorme invloed van de MAGA-beweging en de ‘evangelicals’, die democratie niet langer als een absolute vereiste zien. Zelfs als Trump zou wegvallen, staat met figuren als JD Vance een nog radicalere en intelligentere generatie klaar. Osinga vreesde dat toekomstige verkiezingen (zoals de midterms) niet meer volgens de normale democratische normen zullen verlopen.

3. De NAVO: Dood of springlevend?
Naar aanleiding van geluiden in de media dat de NAVO “dood” zou zijn, nuanceerde Osinga dit beeld sterk. De NAVO is veel meer dan alleen de politieke top in Brussel; het is een diepgewortelde militaire en bureaucratische infrastructuur. Dagelijks werken duizenden experts samen aan strategische plannen, opleidingen en technologische standaarden. Deze “militaire machine” functioneert nog uitstekend.

Het probleem zit in de politieke garantie van Artikel 5 (collectieve defensie). Onder Trump is de zekerheid van de Amerikaanse nucleaire paraplu onzeker geworden. Osinga pleit daarom voor de “Europeanisering van de NAVO”. Europa moet in staat zijn om zelfstandig complexe operaties te leiden en de eigen veiligheid te garanderen, los van wie er in het Witte Huis zit. Dit proces is inmiddels ingezet, waarbij zelfs gesproken wordt over een Europese nucleaire rol voor Frankrijk.

4. China en Taiwan
Over de spanningen rond Taiwan merkte Osinga op dat een conflict niet per se een invasie hoeft te betekenen. China hanteert momenteel een strategie van maritieme blokkades en constante schendingen van het luchtruim om Taiwan tot capitulatie te dwingen. De onberekenbaarheid van Trump zorgt er hier voor dat landen als Japan en Zuid-Korea hun eigen krijgsmacht fors uitbreiden en zelfs nadenken over eigen kernwapens.

5. Media en informatievoorziening
Op een vraag over de kwaliteit van de Nederlandse nieuwsvoorziening vergeleken met de VS, was Osinga gematigd positief. Hoewel hij infotainment-programma’s (waar oorlog wordt afgewisseld met triviaal nieuws) bekritiseerde, zag hij bij kwaliteitsmedia en programma’s als Nieuwsuur een toenemend niveau van expertise. Hij uitte echter zorgen over de jongere generatie die nieuws hoofdzakelijk via sociale media zoals TikTok consumeert, wat de deur openzet voor desinformatie en propaganda.

Conclusie

De sessie werd afgesloten met een dankwoord van de voorzitter. Hoewel de geschetste wereldorde zorgwekkend is, werd de diepgang en visie van prof. dr. Osinga zeer gewaardeerd.

 

Inleiding: Een wereld in de greep van giganten

De eerste bijeenkomst van het jaar trok een bijzonder grote opkomst, wat gezien de actualiteit van het onderwerp – de macht van Big Tech – niet verrassend was. De inleider, Prof. mr. dr. Reijer Passchier (hoogleraar digitalisering en de democratische rechtsstaat aan de Open Universiteit en universitair docent staatsrecht in Leiden), nam de aanwezigen mee in een onthullend en bij vlagen verontrustend betoog over hoe een handjevol technologiebedrijven onze democratie en rechtsstaat fundamenteel bedreigt.

De omvang van de macht: Groter dan staten
Passchier begon met het schetsen van de astronomische omvang van bedrijven als Microsoft, Apple, Amazon, Meta (Facebook), Alphabet (Google) en Nvidia. Om de beurswaarde van deze giganten te duiden, maakte hij een treffende vergelijking: de waarde van één bedrijf als Apple of Microsoft is ongeveer gelijk aan het totale Nederlandse vermogen (alle pensioenpotten, huizen en machines bij elkaar). De gezamenlijke waarde van Big Tech overstijgt het Bruto Binnenlands Product van de gehele Europese Unie.

Deze bedrijven beschikken over meer vrij besteedbaar kapitaal dan middelgrote landen. Terwijl de begroting van een land als Nederland grotendeels vastligt aan zorg en onderwijs, kunnen tech-giganten jaarlijks honderden miljarden naar eigen inzicht investeren in lobbywerk, overnames of nieuwe technologie.

De onzichtbare afhankelijkheid
Een cruciaal punt in de lezing was onze totale afhankelijkheid. Passchier wees erop dat bijna de gehele Nederlandse overheid, inclusief gemeenten en ministeries, inmiddels draait op de ‘cloud’ van Microsoft of Amazon. Dit betekent dat vitale processen – van belastinginning tot uitkeringen en logistiek – direct kunnen stilvallen als deze Amerikaanse bedrijven de stekker eruit trekken of als er politieke sancties vanuit de VS volgen. Deze migratie naar de cloud is vaak zonder strategische of constitutionele afweging gebeurd; het werd gezien als een simpele IT-beslissing, terwijl het in feite onze soevereiniteit aantast.

Digitaal Feodalisme
De spreker introduceerde de term ‘digitaal feodalisme’ om de huidige situatie te duiden. We keren volgens hem terug naar middeleeuwse verhoudingen:

  • Privileges: Grote tech-bedrijven opereren feitelijk boven de wet. Ze kunnen boetes van miljarden (zoals opgelegd door de EU) eenvoudig incalculeren als bedrijfskosten.
  • Macht van enkelen: Bij bedrijven als Meta ligt de volledige macht bij één persoon (Mark Zuckerberg) door een speciale aandelenstructuur. Dit zijn geen democratische instituties, maar private dictaturen.
  • Grondadel van de 21e eeuw: Net zoals de adel vroeger de grond bezat, bezitten deze bedrijven de digitale infrastructuur waar wij allemaal van afhankelijk zijn voor onze communicatie en economie.

De bedreiging voor de rechtsstaat
Passchier legde uit dat de democratische rechtsstaat rust op het idee dat macht altijd beperkt en gecontroleerd moet worden (constitutionalisme). Big Tech ontsnapt aan deze controle door:

  • Lobbykracht: Ze beïnvloeden wetgeving in Brussel en Washington zo sterk dat regels vaak tandeloos worden.
  • Handhavingsproblemen: Bedrijven spelen landen tegen elkaar uit. Als Ierland te streng wordt, dreigen ze te verhuizen.
  • Anti-innovatie: Ze kopen kleine concurrenten op voordat deze een bedreiging kunnen vormen (killer acquisitions), waardoor echte vernieuwing die het publiek belang dient, wordt gesmoord.

De rol van de Verenigde Staten en de geopolitiek
De actualiteit rondom de Amerikaanse politiek (Trump/Vance) maakt de situatie nijpender. Er is een duidelijke tendens waarbij de Amerikaanse overheid Big Tech gebruikt als geopolitiek wapen. Dreigementen om uit de NAVO te stappen als Europa de tech-reuzen strenger aanpakt, illustreren hoe verweven commerciële belangen en internationale veiligheid zijn geraakt.

Is er een weg uit de vloek?
Hoewel Passchier toegaf de laatste maanden pessimistischer te zijn geworden, bood hij ook oplossingsrichtingen aan:

  • Afbouw van afhankelijkheid: Overheden en vitale instellingen moeten zo snel mogelijk van de Amerikaanse cloud af en investeren in Europese alternatieven.
  • Democratisering van kapitaal: We moeten nadenken over nieuwe vormen van eigendom (zoals ‘steward ownership’), waarbij bedrijven niet alleen winst voor aandeelhouders nastreven, maar een maatschappelijke missie hebben.
  • Universeel kapitalisme: Zorgen dat de winsten uit technologie en AI ten goede komen aan de gehele samenleving, bijvoorbeeld via dividenden voor iedere burger, in plaats van dat alle rijkdom zich concentreert bij een paar miljardairs in Silicon Valley.

Conclusie
De lezing was een dringende oproep tot waakzaamheid. De ‘vloek van Big Tech’ is niet alleen een economisch probleem, maar een existentiële bedreiging voor onze vrijheid en democratie. De technologische vooruitgang wordt vaak blindelings omarmd als religie, maar zonder stevige rechtsstatelijke kaders riskeren we onze autonomie definitief te verliezen aan de nieuwe digitale baronnen.

Vragen

Na afloop van de lezing vond een uitgebreide interactie plaats tussen de spreker en het publiek. Hieronder volgt een gedetailleerd overzicht van de besproken thema’s, vragen en de gegeven antwoorden.

Vraag 1: De rol van Apple en Tim Cook op het gebied van privacy
Een toehoorder merkte op dat Apple-CEO Tim Cook zich profileert als een voorvechter van privacy en vroeg waarom dit niet in de lezing was meegenomen.

De spreker nuanceerde het positieve beeld van Apple. Hoewel Apple privacyvriendelijker lijkt dan bijvoorbeeld Meta, is dit deels een marketingstrategie om te concurreren. De spreker wees op de schaduwkanten: Apple wordt geassocieerd met milieuvervuiling en slechte werkomstandigheden in China. Bovendien staat alle data in de iCloud, waar de Amerikaanse overheid via geheime wetgeving (inlichtingen- en veiligheidsdiensten) toegang toe kan eisen. Apple zal deze inzage geven om boetes of juridische sancties te voorkomen, vaak zonder dat de gebruiker het merkt.

Vraag 2: Een Europese advertentietaks (de ‘Trump-taks’) op AdWords
De vraagsteller stelde voor om een Europese belasting van 5% in te voeren op digitale advertenties (AdWords) om de macht van Big Tech aan te pakken en de inkomsten in Europa te houden.

De spreker legde uit dat dit soort voorstellen politiek uiterst gevoelig liggen. Toen Frankrijk een dergelijke ‘digitax’ wilde invoeren, reageerden de VS direct met dreigementen over hogere accijnzen op Franse producten zoals kaas en wijn. De VS beschouwen dergelijke belastingen als een aanval op hun bedrijven. Gezien onze militaire en technologische afhankelijkheid van de VS (bijvoorbeeld de software in F35-straaljagers die vanuit het Pentagon wordt onderhouden), is het implementeren van zo’n taks complex en riskant.

Vraag 3: Waar kunnen we nog hoop en optimisme uit putten?
Meerdere aanwezigen gaven aan aangeslagen te zijn door de negatieve trends. Er werd gevraagd naar een ‘sprankje hoop’.

De spreker vindt hoop in de potentie van de Europese Unie. Europa heeft de macht om wetten te maken en te handhaven en beschikt over een sterke industrie. We hebben de kennis in huis om alternatieven voor Amerikaanse technologie te ontwikkelen. Daarnaast kunnen we ervoor kiezen om minder technologie te gebruiken waar dat niet nodig is (bijvoorbeeld op basisscholen). Het ‘Rijnlandse model’ en onze democratische tradities bieden een stevig fundament, mits we strategischer gaan denken en onze krachten bundelen.

Vraag 4: De technologische opmars van China
Er werd gevraagd of China de strijd wint en hoe zij technologie inzetten.

Op economisch en technologisch vlak (AI-race, chips) loopt China bijna gelijk met de VS. Echter, vanuit een humanistisch en democratisch perspectief is de situatie dystopisch. China heeft een surveillancesamenleving gecreëerd met een ‘sociaal kredietsysteem’. Burgers worden op basis van datapunten (zoals verkeersgedrag of sociaal gedrag) beoordeeld, wat directe gevolgen heeft voor hun toegang tot banen of woningen. Dit is een samensmelting van staat en technologie die de individuele vrijheid volledig wegvaagt.

Vraag 5: Is Europa een ‘David tegen Goliath’?
De vraagsteller vroeg zich af of Europa wel opgewassen is tegen de macht van de VS en China.

Europa is geen kleine speler; qua welvaart en economie zijn we vergelijkbaar met de VS en China. Op veel gebieden (zorg, onderwijs, levensverwachting) scoort Europa zelfs beter. Het probleem is dat we de afgelopen jaren verkeerde keuzes hebben gemaakt door ons te afhankelijk te maken van Amerikaanse clouddiensten en AI. We moeten ons strategisch denken herontdekken en bereid zijn om op korte termijn wat gemak of welvaart in te leveren voor onafhankelijkheid op de lange termijn.

Vraag 6: De invloed van populisme op Europees beleid
Er werd gevraagd of het haperen van de liberale democratie en de opkomst van het populisme de macht van Big Tech vergroot.

Ja, de spreker ziet dat de verdeeldheid in Europa de slagkracht verzwakt. Sommige politieke stromingen tonen enthousiasme voor de Amerikaanse koers (zoals de veiligheidsstrategie van Trump). Als Europa niet eensgezind achter de eigen democratische waarden staat en zich tegen elkaar laat uitspelen, wordt het onmogelijk om effectieve maatregelen tegen Big Tech te nemen.

Vraag 7: Wat is het ‘worst-case scenario’ van onze afhankelijkheid?
Wat gebeurt er als we de huidige negatieve trend doorzetten?

Een concreet risico is chantage. Als Europa een politiek standpunt inneemt dat de VS niet bevalt (bijvoorbeeld over Groenland of het Internationaal Strafhof), kunnen de VS ons afsluiten van essentiële clouddiensten. Het Internationaal Strafhof heeft hier al mee te maken gehad. Onze vitale infrastructuur en overheden kunnen dan simpelweg niet meer functioneren. Dit dwingt onze leiders tot een lauwe of onderdanige houding in de wereldpolitiek.

Vraag 8: Het gebruik van alternatieven zoals Signal en DuckDuckGo
Is het zinvol om als individu over te stappen op privacy vriendelijke diensten?

De spreker noemde dit sympathiek en verstandig voor de eigen geestelijke gezondheid, maar stelde dat het op grote schaal weinig verandert zolang de machtspositie van WhatsApp en Google onaangetast blijft. Vanwege het netwerkeffect (iedereen zit op WhatsApp) hebben alternatieven zoals Signal weinig kans. De spreker pleitte eerder voor het intrekken van de rechtspersoonlijkheid van bedrijven die Europese waarden stelselmatig ondermijnen; hen simpelweg de toegang tot de Europese markt ontzeggen.

Afsluiting

De sessie eindigde met een uitnodiging aan de spreker om de theoretische kaders eens los te laten voor een wandeling in de natuur rondom Tilburg, om zo het optimisme weer op te laden. De spreker benadrukte tot slot dat zij via haar onderzoeksgroep aan de Open Universiteit blijft werken aan oplossingen om de democratische rechtsstaat te borgen in dit digitale tijdperk.

Op 18 november hield Erik de Ridder (watergraaf en voorzitter van het algemeen- en dagelijks bestuur bij Waterschap De Dommel) een lezing over de noodzakelijke watertransitie.

Het klimaat verandert. Langere periodes van aanhoudende droogte, hevige piekbuien: ze laten zien dat onze omgeving hier nog niet op is voorbereid. Ook het watersysteem is kwetsbaar gebleken. Het weer wordt extremer, en tegelijkertijd neemt de druk op de ruimte toe en wordt er meer (grond)water verbruikt. Bovendien is ons water, ondanks alle inspanningen, nog steeds niet schoon genoeg. Daarnaast zijn er ook andere uitdagingen in de leefomgeving. Denk aan natuurherstel, de energie- en landbouwtransitie en de woningbouwopgave. Het watersysteem speelt een cruciale rol in ál deze uitdagingen.

In 2050 wil Waterschap De Dommel een leefomgeving die klaar is voor de toekomst en een watersysteem dat daarbij past. Dat laatste wil zeggen: een waterhuishouding die robuust, flexibel en in balans is met de natuur en de omgeving én zorgt voor een goede waterkwaliteit. De droge zomers van 2018, 2019 en 2020, én de wateroverlast in 2021, 2023 en 2024 tonen de urgentie aan en laten zien dat de omgang met water fundamenteel moét veranderen. Deze grote veranderopgave noemen wij de watertransitie.

Dit betekent dat het waterschap niet langer vooral water wil afvoeren, maar juist wil vasthouden. Niet schoon wil maken wat vervuild is, maar wil voorkomen dat water vervuild raakt. En niet langer de omgeving en het watersysteem beïnvloeden om functies mogelijk te maken, maar functies helpen aanpassen aan de veranderende omstandigheden in omgeving en watersysteem. Innovatie, circulariteit, transitieprocessen en samenwerking met partners bepaalt de komende jaren de agenda van het waterschap.

Prof. Dr. Rick van der Ploeg (Oxford, UvA) hield op 9 december een buitengewoon boeiende lezing over de toekomst van de landbouw in Europa en Nederland. Hij benadrukte dat de landbouwsector voor grote veranderingen staat door technologische ontwikkelingen, klimaatverandering, druk op water en stikstof, en grote geopolitieke verschuivingen.

Via deze link kunt u de pdf-versie van zijn PowerPoint-presentatie bekijken.

1. Economische positie van de landbouw
De landbouw vormt een relatief klein deel van de moderne economie: minder dan 0,9% van het nationale inkomen in Nederland en slechts ongeveer 2% van de werkgelegenheid. De sector wordt bovendien kleiner naarmate economieën zich ontwikkelen, terwijl de politieke invloed groot blijft, onder meer door krachtige lobbyorganisaties zoals de BBB.
In de Europese Unie ontvangen boeren steun per hectare, waardoor vooral grote bedrijven profiteren. Ongeveer een vijfde van de boeren ontvangt naar schatting rond de 80% van alle landbouwsubsidies, wat de concentratie van steun en de scheve machtsverhoudingen in het landbouwbeleid onderstreept.

2. Klimaat en milieu-impact
Wereldwijd draagt de landbouw substantieel bij aan de uitstoot van broeikasgassen: koeien alleen al stoten jaarlijks miljarden tonnen CO2-equivalent uit, vergelijkbaar met de emissies van meerdere (10) middelgrote landen samen. Methaan is daarbij veel krachtiger dan CO2 per ton, terwijl stikstofuitstoot leidt tot verzuring van bodems, aantasting van waterkwaliteit en verlies van biodiversiteit.
Voor elke graad temperatuurstijging daalt de potentiële voedselproductie gemiddeld met ongeveer 120 kilocalorieën per persoon per dag; drie graden opwarming komt neer op het verlies van een soort “ontbijt” voor iedereen. Modelstudies voor 2100 laten zien dat, zelfs mét aanpassing en inkomensgroei, de wereldwijde opbrengsten dalen met ongeveer 12% voor mais, 13,5% voor tarwe en 22% voor sojabonen.

3. Voedselkeuzes en klimaat
Voedselkeuzes hebben een directe impact op het klimaat. Noten hebben in sommige gevallen zelfs een netto negatieve CO2-voetafdruk, terwijl rundvlees met afstand de hoogste uitstoot per 100 gram eiwit kent. Kip is een aanzienlijk klimaatvriendelijkere optie dan rood vlees, en meer plantaardige eiwitten (bonen, peulvruchten) passen in een strategie om emissies te verlagen en de druk op landgebruik te verminderen.

4. Stikstof- en waterproblematiek
Overmatig gebruik van kunstmest en mest zorgt voor uitspoeling van nutriënten, verzuring van grondwater en eutrofiëring van rivieren en meren, met grote schade aan natuur en biodiversiteit. In Nederland is de landbouw bovendien zeer intensief, met weinig gewasrotatie en een hoge veedichtheid, wat bijdraagt aan de stikstofcrisis en tot stilstand gekomen vergunningverlening voor woningen en bedrijven.
Intensieve veehouderij, vooral van varkens en koeien, zet de grondwatervoorraden onder druk en leidt tot bodemdaling. Dat vraagt om beter waterbeheer en mogelijk andere teelten, zoals bessen, rijst, riet of olifantsgras, in combinatie met minder verharding zodat water beter kan infiltreren en ecosystemen zich kunnen herstellen.

5. Technologische revoluties in de landbouw
De spreker schetste vier grote technologische veranderingen. Big data, digitalisering en AI maken veel preciezere sturing van bemesting, irrigatie en gewasbescherming mogelijk. Tegelijkertijd ontstaat een nieuwe biologie-AI-synthese, met onder meer lab-gekweekt vlees en synthetische productieprocessen die traditionele veehouderij deels kunnen vervangen.
Daarnaast is er de financialisatie van de landbouw, waarbij eigendom en productie uit elkaar worden getrokken en nieuwe investeerders een grotere rol krijgen. Verticale integratie en corporatisering leiden tot grotere agribedrijven, met schaalvoordelen, maar ook risico op marktmacht en verdere verdringing van familiebedrijven.

6. Genetisch gemodificeerde gewassen (GM)
Genetisch gemodificeerde gewassen leveren in veel landen aanzienlijk hogere opbrengsten op, vooral bij mais, katoen en soja, sinds de grootschalige introductie in de jaren negentig. Wereldwijd gaat het bij GM-teelt vooral om twee eigenschappen: herbicideresistentie en insectresistentie, die leiden tot veranderingen in pesticidegebruik, grondbewerking en gewasrotatie.
In landen met een hoog aandeel GM-gewassen liggen de gemiddelde opbrengsten duidelijk hoger dan in landen die deze technologie niet of nauwelijks gebruiken. Europa is relatief terughoudend en loopt daardoor achter op de productiviteitswinst die elders wordt geboekt, terwijl de maatschappelijke discussie over voedselveiligheid, milieu en ethiek nog volop gaande is.

7. GM, biodiversiteit en vogels
De effecten van GM-gewassen op biodiversiteit zijn complex en verschillen per regio en soort. Onderzoek laat zien dat insectenetende vogels profiteren van GM-teelt, vooral in katoen, doordat er minder chemische insecticiden nodig zijn en er meer prooidieren beschikbaar blijven. Plantenetende vogels gaan echter licht achteruit, waardoor de totale vogelrijkdom slechts beperkt toeneemt, maar de soortensamenstelling wel verandert.
GM-gewassen beïnvloeden daarmee niet alleen opbrengsten en pesticidengebruik, maar ook de samenstelling van ecosystemen en de kwaliteit van ecosysteemdiensten zoals natuurlijke plaagbestrijding. Meer onderzoek is nodig naar langetermijneffecten op ontbossing, biodiversiteit en landgebruik, zeker als de adoptie wereldwijd verder toeneemt.

8. Biodiversiteit en ecosysteemdiensten
Biodiversiteit is niet alleen intrinsiek waardevol, maar ook een productieve factor in de landbouw. Studies naar migrerende vogels laten zien dat een daling van de vogelrijkdom met 10% kan leiden tot circa 1% lagere landbouwinkomsten en meer plaagdruk in bossen, wat de economische waarde van natuurlijke plaagbestrijding duidelijk maakt.
Voor landbouw lijkt vooral de totale hoeveelheid vogels belangrijk, terwijl in bosbouw juist het aantal soorten bepalend is voor de stabiliteit van ecosysteemdiensten. Nederland kent door intensieve monoculturen en hoge input van kunstmest en bestrijdingsmiddelen relatief weinig biodiversiteit, wat de veerkracht van het landbouwsysteem vermindert.

9. Stikstof- en watercrisis in Nederland
Nederland kampt met een combinatie van stikstof- en waterproblemen. Overmatige bemesting en veehouderij leiden tot overschrijding van milieunormen, waardoor vergunningen voor bouw en economische ontwikkeling vastlopen. Tegelijk wordt de bodem door intensief gebruik en dalende grondwaterstanden uitgeput, met risico’s voor toekomstige productiviteit.
De spreker benadrukte de noodzaak van een integrale aanpak: minder emissies, omschakeling naar teelten die beter bij de bodem en het klimaat passen, en herstel van natuurlijke waterbuffers. Rewilding, het terugbrengen van natuur en natte gebieden, kan daarin een belangrijke rol spelen, zowel voor biodiversiteit als voor recreatie en toerisme.

10. Toekomstvisie en structurele veranderingen
De landbouw staat volgens de lezing aan de vooravond van een fundamentele transformatie. Schaalvergroting, financialisatie en corporatisering zorgen voor grotere, kapitaalintensieve bedrijven, terwijl tegelijkertijd minder land nodig is om dezelfde hoeveelheid voedsel te produceren. De vrijgekomen ruimte kan worden benut voor woningbouw, natuur, biodiversiteit en recreatie, mits daar helder ruimtelijk beleid tegenover staat.
Drie typen landbouw tekenen zich af:

  • grootschalige, technologie-gedreven agribusiness;
  • niche, vaak biologische productie voor toerisme en specifieke markten;
  • extensieve begrazing op marginale gronden, gecombineerd met natuurbeheer. Daartussen ontstaat een spectrum van laag-input, regeneratieve en biologische bedrijven die inzetten op minder kunstmest, minder pesticiden en minimale bodembewerking.

11. Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) na 2027
In de Europese context speelt de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid een cruciale rol. Het GLB houdt een omvangrijk, afgeschermd budget voor inkomenssteun in stand van ten minste 300 miljard euro, aangevuld met nationale en regionale fondsen voor plattelandsontwikkeling en innovatie. Tegelijk wordt de structuur vereenvoudigd en worden de twee pijlers samengevoegd om het systeem overzichtelijker te maken.
De focus verschuift van strikte, uniforme voorwaarden naar het belonen van positieve milieuprestaties. Boeren krijgen gerichter en eerlijker steun voor maatregelen die biodiversiteit, klimaat en dierenwelzijn ten goede komen, met onder meer een transitiepremie tot ongeveer 200.000 euro voor bedrijven die omschakelen naar duurzamere modellen. Jonge boeren en innovatie op het platteland worden nadrukkelijker ondersteund om vergrijzing en leegloop tegen te gaan.

12.Lange-termijntrends en geopolitieke context
De lezing plaatste de landbouw ook in een bredere geopolitieke en maatschappelijke context. In Europa krimpt de bevolking, terwijl die in delen van Afrika sterk groeit, wat vragen oproept over voedselzekerheid, handel en zelfvoorziening. Tegelijk nemen protectionistische tendensen toe, onder meer in de Verenigde Staten, en staat de Europese landbouwexport onder druk door veranderende handelsverdragen en politieke spanningen.
Er is een groeiende spanning tussen het beschermen van de eigen landbouw, het openhouden van markten en het zoeken naar eerlijke partnerschappen met landen in Afrika en andere regio’s. De landbouw is bovendien sterk afhankelijk van migrantenarbeid, terwijl migratie politiek juist onder druk staat, wat de kwetsbaarheid van het huidige model blootlegt.

13. Beleidsaanbevelingen en prijsprikkels
De spreker pleitte voor het doorberekenen van de volledige maatschappelijke kosten van CO2, methaan, stikstof en watergebruik in de prijs van landbouwproducten. De opbrengsten van dergelijke heffingen kunnen worden teruggegeven aan burgers en boeren en ingezet worden voor gerichte subsidies voor groene innovatie, waardoor het beleid politiek beter draagvlak kan krijgen.
Subsidies zouden minder gericht moeten zijn op volumesteun en meer op ecosysteemdiensten, jonge boeren en duurzame bedrijfsmodellen. Bovendien kunnen opbrengsten uit emissiehandelssystemen en een mogelijke grondwaardebelasting bij bestemmingswijziging (bijvoorbeeld van landbouw naar woningbouw) worden gebruikt om rewilding, natuurontwikkeling en recreatie mogelijk te maken.

14. Nederlandse context en comparatieve voordelen
Voor Nederland ligt de toekomst niet in maximale bulkproductie, maar in kennisintensieve, duurzame landbouw met hoge toegevoegde waarde. Dat betekent meer nadruk op veredeling, zaden, technologie en handel in kennis, waarin instellingen zoals Wageningen Universiteit een internationale koppositie innemen.
Het huidige model van zeer intensieve productie met hoge emissies en lage toegevoegde waarde per eenheid vervuiling is op termijn niet houdbaar. Een verschuiving naar hoogwaardige, klimaatslimme producten, gecombineerd met strenger maar slimmer milieubeleid, kan ervoor zorgen dat landbouw, natuur en ruimtelijke ontwikkeling beter in balans komen.

15. Conclusie
De landbouw in Nederland en Europa staat voor een fundamentele transformatie door technologie, klimaatverandering, stikstof- en waterproblemen en geopolitieke spanningen. De lezing van Rick van der Ploeg schetst een toekomst waarin boeren opschalen, vernieuwen en verduurzamen, terwijl beleidsmakers zorgen voor eerlijke prijzen, gerichte steun en ruimte voor natuur en nieuwe vormen van landgebruik. Nederland zal daarbij moeten kiezen voor een kennisintensief, duurzaam model met hoge toegevoegde waarde in plaats van voortzetting van het huidige, sterk vervuilende massaproductiemodel.

Tijdens de discussie na de lezing werden verschillende belangrijke vragen gesteld die de complexiteit van de landbouwproblematiek en de uitdagingen voor de toekomst belichten.

  • Democratie versus langetermijnplanning
    Een van de eerste vragen betrof de paradox tussen democratische besluitvorming en langetermijnplanning. De spreker wees op het fundamentele probleem dat democratieën de neiging hebben populistisch en kortzichtig te worden, terwijl landen zoals China juist 30-40 jaar vooruitkijken. Hij illustreerde dit met voorbeelden van Chinese technologische vooruitgang,
    waarbij Europa en Amerika volgens hem een race aan het verliezen zijn. Dit heeft directe gevolgen voor landbouwbeleid, waar boeren moeten kunnen anticiperen op schaalvergroting, AI-innovaties en de nieuwe biorevolutie.
  • Visserij en oceaanproblematiek
    Een uitgebreide vraag over de visserij leidde tot een analyse van de drievoudige crisis in de oceanen. Ten eerste is er het probleem van overbevissing, waarbij vis te vroeg uit de zee wordt gehaald voordat deze volwassen is. Ten tweede zorgen plastics voor enorme problemen voor zeedieren. Ten derde leidt verzuring van oceanen, zoals zichtbaar bij de koraalriffen in Queensland, tot het verdwijnen van leefgebieden voor vissen.
    Daarnaast verandert het migratiegedrag van vissen door klimaatverandering, wat sommige soorten ten goede komt en andere schaadt. Een bijzonder zorgwekkend punt is de industriële exploitatie van de zeebodem voor kritische mineralen ten behoeve van de groene transitie, wat de spreker omschreef als “verkrachting van de zeebodem” zonder adequate internationale verdragen.
  • Vertical farming en genetische modificatie
    Kritische kanttekeningen werden geplaatst bij vertical farming en genetische modificatie. Bij vertical farming worden de beloofde productievolumes nog niet gehaald, en vooral de voedingswaarde per kilo blijft achter. Voor genetische modificatie werd opgemerkt dat het gebruik van bestrijdingsmiddelen bij GM-gewassen in de loop der jaren is verzesvoudigd door toenemende resistentie.De spreker erkende deze problemen maar toonde zich techno-optimistisch. Hij vergeleek de situatie met zonnepanelen en windmolens, die aanvankelijk ook duur waren maar door opschaling en technologische ontwikkeling drastisch in prijs zijn gedaald. Voor vertical farming ontbreekt nog de benodigde financialisatie – het vereist samenwerking van meerdere boeren om de investeringen rendabel te maken.
  • Nederlandse landbouw en comparatieve voordelen
    Een cruciale vraag betrof de toekomst van de Nederlandse landbouw in het licht van biodiversiteits- en klimaateisen. De spreker paste het concept van comparatieve voordelen van David Ricardo toe op de Nederlandse situatie. Hij stelde kritische vragen bij de massaproductie van “watertomaten” in verwarmde kassen op gesubsidieerd gas.
    Nederland zou zich volgens hem moeten richten op zijn werkelijke sterke punten: kennis, AI, biologie en zaadtechnologie. Wageningen Universiteit werd genoemd als wereldtop in landbouwwetenschap. In plaats van massaproductie zou Nederland de toegevoegde waarde moeten leveren door zaden te exporteren, terwijl landen met meer zon en ruimte zoals Marokko de daadwerkelijke productie voor hun rekening nemen.
    Hij pleitte voor een herziening van het subsidiesysteem, waarbij vervuilende sectoren nu juist worden beloond in plaats van bestraft – een situatie die hij vergeleek met “iemand belonen voor stelen in plaats van voor eerlijkheid”.
  • Landscape farming en biodiversiteit
    Een vraag over landscape farming in Midden-Brabant bracht het gesprek op de ontwikkeling van een groot nationaal park dat landbouw combineert met biodiversiteit en landschapsbeheer. De spreker prees het Britse voorbeeld van Paul Klemperer, die een veilingsysteem heeft ontwikkeld voor biodiversiteitssubsidies om geld optimaal en efficiënt te gebruiken. Dit systeem wordt nu ook in Canada toegepast en zou volgens hem ook in Nederland moeten worden geïntroduceerd
  • Energievraagstuk
    De spreker benadrukte dat Nederland eerst moet stoppen met steenkool, maar dat dit lang heeft geduurd door juridische verdragen die energiebedrijven het recht geven om te vervuilen. Nederland moet uit deze verdragen stappen, zoals Zwitserland al heeft gedaan.
    Voor de energiemix ziet hij zonne- en windenergie als basis, maar erkent het intermittentieprobleem. Als back-up overweegt hij kleine, flexibele kernreactoren, ondanks zijn voorkeur voor fusie-energie die nog niet beschikbaar is. Grote batterijen voor energieopslag hebben het nadeel dat ze afhankelijk zijn van kritische materialen die veel milieuschade veroorzaken bij winning.
  • Regelgeving en ruimtelijke ordening
    De laatste vraag betrof de trage procedures in Nederland, niet alleen voor landbouw maar ook voor woningbouw. De spreker prees het Britse voorbeeld van premier Keir Starmer, die procedures drastisch heeft verkort. Hij stelde voor om naast snellere procedures ook een “Henry George Tax” in te voeren, waarbij waardevermeerdering van landbouwgrond door herbestemming grotendeels wordt wegbelast, omdat eigenaren hier niets voor hebben gedaan.

Synthese van de discussie
De vragen en antwoorden toonden de complexiteit van de landbouwproblematiek, waarbij technologische innovatie, economische principes, politieke besluitvorming en internationale samenwerking allemaal een rol spelen. De spreker combineerde wetenschappelijke inzichten met praktische beleidsvoorstellen, waarbij hij consequent pleitte voor een verschuiving van massaproductie naar toegevoegde waarde, van subsidies voor vervuiling naar beloning van duurzaamheid, en van kortzichtige naar langetermijnplanning.

De discussie maakte duidelijk dat de transitie naar duurzame landbouw niet alleen een technisch vraagstuk is, maar een fundamentele herziening vereist van economische prikkels, internationale handelsverhoudingen en democratische besluitvorming.

‘Vorm de Hersenen en Vorm de Wereld’

4 november heeft Prof. dr. Margriet Sitskoorn een fascinerende lezing gegeven voor de Culturele Kring Adriaen Poirters te Oisterwijk. Het centrale thema van de lezing was de ontwikkeling en het belang van de prefrontale cortex in de context van persoonlijke ontwikkeling en succes in de moderne VUCA-wereld (Volatility, Uncertainty, Complexity, and Ambiguity).

De lezing bood een diepgaand inzicht in hoe de hersenen ons gedrag en welzijn beïnvloeden. Centraal stond het begrijpen van de samenhang tussen het beloning- en genotsysteem en het pijnsysteem, en hoe deze systemen van invloed zijn op ons ervaren van geluk

Prof. Sitskoorn legde uit dat ons beloning- en genotsysteem geactiveerd wordt door zaken zoals eten, drinken, seks, aandacht en cadeaus. Wanneer dit systeem geprikkeld wordt, ervaren we een gevoel van plezier en voldoening. Aan de andere kant, het pijnsysteem wordt geactiveerd door fysieke pijn zoals een klap, maar ook door mentale pijn zoals buitensluiting en discriminatie. Verrassend genoeg worden zowel fysiek als mentaal pijn via hetzelfde netwerk in de hersenen verwerkt. Deze systemen verklaren waarom we vaak gedragingen vertonen die op de korte termijn fijn zijn, maar op de lange termijn problemen kunnen veroorzaken.

Prof. Sitskoorn lichtte toe dat onze hersenen voortdurend in ontwikkeling zijn door neuroplasticiteit. Dit betekent dat niet alleen onze hersenen ons gedrag bepalen, maar dat ons gedrag ook invloed heeft op de structuur en functie van onze hersenen. Dit biedt ons de kans om bewust onze prefrontale cortex te versterken, welke essentieel is voor executieve vaardigheden zoals beslissingsvaardigheid, impulsbeheersing en planning.

Het EFFECT-Model

Om de prefrontale cortex optimaal te onderhouden en ontwikkelen, introduceerde Prof. Sitskoorn het EFFECT-model, een acroniem dat staat voor Enriched Environment, Fixed Sleeping Pattern, Flow Focus, Exercise, Connect Today with Tomorrow, en Time.

  1. Enriched Environment (Verrijkte Omgeving): Een rijk aanbod van nieuwe en diverse ervaringen kan de neuroplasticiteit bevorderen. Sitskoorn moedigde aan om buiten de comfortzone te treden en open te staan voor nieuwe dingen om nieuwe hersenverbindingen te stimuleren.
  1. Fixed Sleeping Pattern (Vast Slaappatroon): Adequate rust is cruciaal voor hersenfunctie en herstel. Ze benadrukte dat volwassen individuen tussen de 7 tot 9 uur slaap per nacht nodig hebben om optimaal te functioneren.
  1. Flow Focus Training (Flow Focus Training): De kunst om je aandacht onder controle te houden in een wereld vol afleidingen. Er werd uitgelegd dat multitasken vaak wordt overschat en dat het beter is om je te concentreren op één taak tegelijk om effectiviteit te behouden.
  1. Exercise (Beweging): Regelmatige fysieke activiteit ondersteunt niet alleen fysieke gezondheid maar ook cognitieve functies. Sitskoorn beschreef verschillende vormen van oefeningen die zowel fysieke als mentale uitdagingen bieden, zoals dans of vechtsporten.
  1. Connect Today with Tomorrow (Verbind Vandaag met Morgen): Het vermogen om korte termijnacties in verbinding te zien met de lange termijngevolgen is essentieel. Dit onderdeel is complex vanwege de evolutionaire ontwikkeling van de hersenen die sterk beïnvloed wordt door directe beloningen. Het bewust plannen en verbinden van huidige acties met toekomstige doelen helpt bij langetermijndenken en succesvol gedrag.
  1. Time (Tijd): Toewijding aan het ontwikkelen en bijhouden van deze vaardigheden kost tijd en discipline. Het begrijpen van de waarde van tijdsinvestering in persoonlijke ontwikkeling is hierbij van belang.

Vragenronde

Diverse vragen kwamen aan bod.

  1. Een vraag ging over het verband tussen intelligentie en karakter. Een vraag betrof hoe karakter van invloed is op het vermogen om deze vaardigheden te ontwikkelen. Sitskoorn legde uit dat zowel genetische factoren als omgevingsfactoren betrokken zijn bij karaktervorming. Het idee dat karakter vast zou staan is een misvatting; er is ruimte voor verandering en ontwikkeling.
  1. Verder werd er gevraagd naar de praktische toepassing en haalbaarheid voor gezinnen die in armoede leven. De professor benadrukte dat het Zero Poverty Lab zich bezighoudt met het creëren van kansen voor deze gezinnen door multidisciplinaire benaderingen zoals hervormingen in wetgeving en sociale structuren.
  1. Vele deelnemers toonden interesse in hoe kinderen gestimuleerd kunnen worden om hun prefrontale cortex te ontwikkelen, waarop Prof. Sitskoorn benadrukte dat naast uitdagende en nieuwe ervaringen, een ondersteunende en verrijkte omgeving essentieel is.
  1. Een andere vraag richtte zich op de rol van cultuur en creativiteit. Muziek en kunst kunnen netwerken in de hersenen stimuleren die bijdragen aan probleemoplossend vermogen en empathie.

De lezing sloot af met een oproep om actief te werken aan het vormen van de eigen prefrontale hersenschors, onderstreepte het belang van persoonlijke ontwikkeling in het kader van neuroplasticiteit en vormde een inspiratie om actief bezig te zijn met het verbeteren van zowel het persoonlijke als het maatschappelijke welzijn.
Het EFFECT-model biedt praktische tools om onze hersenen niet alleen gezond te houden, maar ook optimaal te laten functioneren in onze complexe huidige wereld.

Op deze boeiende avond gaf Erik-Jan Broers, universitair docent aan de Tilburgse Universiteit, een lezing over de geschiedenis van criminele benden in de 17e en 18e eeuw. De focus lag op de opkomst en ondergang van deze benden, evenals de juridische mechanismen die destijds werden gebruikt om misdaad aan te pakken.

Historische Context
Broers begon met het schetsen van de sociaal-economische omstandigheden in de middeleeuwen, waarin armoede en hongersnood veel mensen op drift deden raken. Dit leidde tot een toename van rondtrekkende bedelaars of vagebonden, die op zoek waren naar betere leefomstandigheden.

Criminele Benden
In de 17e en 18e eeuw ontstonden vele bendes in Brabant, zoals de militaire bendes, zigeunerbendes, joodse samenwerkingsverbonden en familiebendes. Vooral de bende van Jan Dirks, ook bekend als ‘Engelen Jantje’, was berucht vanwege hun betrokkenheid bij brandstichtingen en afpersingen waarbij zij dreigden “de rode haan over het dak te laten vliegen.”

Juridisch Systeem
Officieren van justitie waren geen juristen en rechtszaken werden vaak behandeld door lokale notabelen met weinig juridische kennis. Het systeem was vooral gericht op snelle en praktische oplossingen, vaak door het gebruik van marteling voor het verkrijgen van bekentenissen.

Strafuitvoering
De straffen voor bendeleden waren vaak hard. Verbanning en brandmerking waren frequente straffen, terwijl zware misdadigers soms de doodstraf kregen. De symbolische vuurdood werd gebruikt als afschrikmiddel, waarbij veroordeelden meestal werden gewurgd voordat hun lichamen werden verbrand.

Toepassing van Straffen
Een van de besproken casussen was de zaak rond Anne-Kathrien en de bende van Jan Dirks, waar meerdere bendeleden werden veroordeeld voor betrokkenheid bij brandstichting en andere misdaden. Deze casus illustreert de complexe dynamiek van het rechtssysteem en de soms brute uitvoering van straffen.

 

Vragen & Antwoorden

  • Waarom gingen zoveel bendes naar Brabant?
    Broers legde uit dat Brabant centraal gelegen was met veel natuurgebieden, ideaal voor benden om te schuilen.
  • Hoe werden mensen geïdentificeerd en berecht zonder moderne middelen?
    Identificatie was gebaseerd op uiterlijke kenmerken en bekentenissen, vaak afgedwongen door intimidatie of marteling.
  • Hoe functioneerde de rechtsmacht in verschillende jurisdicties?
    Rechtsmacht was beperkt tot lokale grenzen zonder uitleveringsverdragen, waardoor criminelen vaak naar naburige regio’s konden vluchten om vervolging te ontlopen.
  • Waarom werd er een verschil gemaakt tussen het ophangen van mannen en het wurgen van vrouwen?
    Het maatschappelijke decorum en fatsoensnormen van die tijd maakten dat vrouwen op een andere, meer ‘beschaafde’ manier ter dood werden gebracht.

De lezing van Erik-Jan Broers bood een interessante en gedetailleerde inkijk in de wereld van criminele benden in het verleden, het functioneren van het toenmalige rechtssysteem en de unieke uitdagingen die het bestrijden van misdaad met zich meebracht.

Dinsdagavond 21 oktober werden we getrakteerd op een werkelijk indrukwekkend optreden van deelnemers en tevens finalisten van het Prinses Christina Concours. De Culturele Kring Adriaen Poirters opende de deur voor jong muzikaal talent, en het resultaat was een avond die getuigde van pure passie en vakmanschap.

De avond werd gepresenteerd door Kirsten Jeurissen en Tinka Regter, de bevlogen drijvende krachten achter het concours. Hun enthousiasme werkte aanstekelijk en al snel werden we meegezogen in een wereld van melodieën, harmonieën en verbeelding. Het programma was rijk en gevarieerd, gevuld met een zorgvuldig samengestelde selectie van klassieke en recent gecomponeerde werken.

Een hoogtepunt was zonder twijfel de hedendaagse schilderijententoonstelling. Twee prijswinnende componisten van het Prinses Christina Compositie Concours lieten zich bij hun nieuw gecomponeerde werk inspireren door de intrigerende schilderijen van het kunstenaarsechtpaar Willeke van Tijn en Gerbrand Volger. Vier schilderijen uit de collectie ‘Religie voor ongelovigen’ waren op het podium tentoongesteld en de jonge componisten gaven een toelichting op hun interpretatie van de werken.
Componist en pianist Elewout Acke schreef onder andere de compositie ‘Whack or Blite’, geïnspireerd door het kunstwerk ‘Franciscus voert de vogels’. Geïnspireerd door het religieuze thema wist Elewout met zijn compositie en uitvoering, waarbij de zwarte en witte toetsen elkaar thematisch afwisselden, te ontroeren. Een eerbetoon aan het dualisme tussen goed en kwaad.
Daarnaast betoverde Barry Krom, eveneens componist en pianist, ons met zijn werk ‘Heaven and Earth’. Een werk dat prachtig de dualiteit van het menselijk bestaan met een artistieke lichtheid wist te vangen. Zijn pianospel vulde de ruimte met een warme diepte, die ons herinnerde aan de verbinding tussen aardse realiteit en hemelse aspiraties.

Marjolein Acke en Elewout Acke, zus en broer, en al vanaf heel jonge leeftijd deelnemers van de verschillende concoursen die het Prinses Christina Concours biedt, brachten als duo drie wonderschone liederen van Richard Strauss ten gehore. Het was een genot om zowel hun individuele talent als hun samenspel tot volle bloei te zien komen. Elk lied droeg ons verder mee in een muzikale reis die de lagen van menselijke emotie blootlegde.

Wat de avond onvergetelijk maakte, was de unieke verbinding tussen diverse kunstdisciplines, waaronder muziek, dicht- en schilderkunst.

Na de pauze werd, met de charmante mini-voorstelling ‘Ode aan de Insecten’, op verrassende wijze het thema biodiversiteit en klassieke muziek naadloos met elkaar verweven. Het door Marjolein en Elewout zelfverzonnen concept en de reeks bijbehorende liederen spraken tot de verbeelding.

Barry sloot de avond af met zijn eigen werk ‘Shadows of Harmony’, een meesterlijke compositie die zijn finaleplaats meer dan rechtvaardigde. Het werk belichaamde harmonie in zijn meest complexe vormen, en weerklonk met heldere trefzekerheid door de zaal.

Het Prinses Christina Concours toont keer op keer hoe waardevol het is om jonge muzikanten te stimuleren en ondersteunen. De Culturele Kring Adriaen Poirters heeft met deze avond bewezen dat zij niet alleen een platform bieden, maar ook een cruciale rol spelen in de muzikale gemeenschap. We verwierven niet alleen nieuwe muzikale herinneringen; we verlieten de zaal met een hernieuwd geloof in een toekomst voor klassieke muziek.

Op de bijeenkomst van Culturele Kring Adriaen Poirters van 23 september 2025, gaf de heer Jan van Eijck, prominent heemkundige uit Alphen/Goirle, een boeiende lezing met als titel ‘150 jaar Bels lijntje, over toppen en dalen’. Van Eijck deelde zijn uitgebreide kennis en talrijke foto’s uit zijn persoonlijke collectie om de geschiedenis van deze bijzondere spoorlijn tot leven te brengen.

De heer Van Eijck begon met een korte inleiding over zijn eerdere ervaringen en achtergrond als arts bij de GGD en zijn betrokkenheid bij de geschiedenis van de spoorwegen. Vervolgens leidde hij ons door de ontstaansgeschiedenis van het Bels lijntje, dat oorspronkelijk deel uitmaakte van de Grand Centraal België. Hij begon met de geografische route, startend in Tilburg en eindigend in Turnhout, en besprak hoe dit spoor bijdroeg aan de economische en culturele ontwikkeling van de Brabantse dorpen.
Een van de belangrijkste onderwerpen die tijdens de lezing aan bod kwamen, waren de uitdagingen bij de aanleg en exploitatie van het spoor. Hij vertelde over de vele kavels die aangekocht moesten worden en de juridische en financiële obstakels die hierbij golden.

Van Eijck schilderde een levendig beeld van het leven rond het Bels lijntje, inclusief verhalen over stationschefs, wachtposten en de sociale impact op de dorpen langs de lijn. Hij sprak over hoe het spoor het leven van de plaatselijke bevolking veranderde door vanuit een afgelegen streek de wereld toegankelijker te maken. Het publiek werd getrakteerd op een visueel feest, bestaande uit historische foto’s van de stations en de werknemers die de spoorlijn draaiende hielden.
De heer Van Eijck verhaalde ook over de teloorgang van het Bels lijntje. Hij noemde de redenen waarom de lijn uiteindelijk failliet ging en hoe deze in onbruik raakte, inclusief de competitie van nieuwe transporttechnologieën en de economische veranderingen in de regio.

In het tweede gedeelte van de lezing werd er stilgestaan bij de erfenis van het Bels lijntje en wat dit tegenwoordig betekent voor historische en culturele initiatieven. De invloed van de twee wereldoorlogen op de lijn werd ook nauwkeurig beschreven, evenals de teloorgang ervan door de slechte staat van onderhoud en de concurrentie met wegtransport. Van Eijck gaf voorbeelden van overblijfselen zoals de wachthuisjes en hoe deze nu een andere bestemming hebben gekregen.
Toch eindigde Van Eijck optimistisch door zijn publiek eraan te herinneren dat het Bels lijntje vandaag de dag als fietspad een nieuwe bestemming heeft gevonden, waarmee het zijn historische en culturele waarde behoudt.

De lezing van Jan van Eijck was een meeslepende terugblik op een belangrijk stuk geschiedenis dat sterk bijdroeg aan de ontwikkeling van de regio en liet zien hoe innovatie en techniek destijds de gemeenschappen met elkaar verbond en de lokaliteit op de wereldkaart zette.

De avond werd afgesloten met een bedankje van het bestuur, waarin Van Eijck een boek ontving over de natuur en geschiedenis van het gebied Voorste Stroom, passend bij het thema van natuur en cultuur.
Het publiek ging naar huis met een verrijkt begrip van hoe het Bels lijntje een stempel heeft gedrukt op de regionale geschiedenis van Brabant. De presentatie was een inspirerende en educatieve ervaring voor alle aanwezigen.

 

 

 

Lezing Maria van den Muijsenbergh 12 maart 2025 culturele kring oisterwijk

Lezing  Maria van den Muijsenbergh 12 maart 2025 culturele kring oisterwijk

Op 11 maart 2025 hield prof.dr  Maria van den Muijsenbergh een lezing over ‘Empathie als helende kracht in de gezondheidszorg’.

De lezing begon met een warme ontvangst van ongeveer 220 aanwezigen.
Prof. dr. Van den Muijsenbergh, was huisarts van 1983 tot haar pensioen in 2023, vanaf 2010 was zij ook actief als straatarts. Als bijzonder hoogleraar “Gezondheidsverschillen en persoonsgerichte integrale eerstelijnszorg” was zij tot 2024 betrokken bij het Radboud umc Nijmegen en het expertisecentrum gezondheidsverschillen Pharos.

Zij definieerde empathie als het vermogen om je in te leven in de ander en diens situatie te begrijpen. In de gezondheidszorg gaat het specifiek om cognitieve empathie: een bewust proces waarbij de zorgverlener probeert de patiënt te begrijpen zonder per se met alles eens te zijn. Dit verschilt van medelijden, waarbij je vooral meevoelt zonder professionele distantie.

De spreker presenteerde onderzoeksresultaten die aantonen dat empathische zorg leidt tot betere gezondheidsuitkomsten.

  • Sneller herstel na operaties
  • Kortere ziekenhuisopnames
  • Betere behandelresultaten bij chronische ziekten
  • Meer therapietrouw door beter begrip van de behandeling
  • Meer tevredenheid bij zowel patiënten als zorgverleners
  • Kortere pijnduur na operaties
  • Sneller herstel door een sterker immuunsysteem
  • Betere controle van chronische aandoeningen zoals diabetes en astma

Van den Muijsenbergh signaleerde een zorgwekkende trend: afnemende empathie bij artsen en medisch studenten sinds de jaren ’80. Zij noemde als oorzaken:

  • Toenemende protocollering van de zorg
  • Focus op technische aspecten
  • Werkdruk en administratieve last
  • Verminderde continuïteit in de arts-patiëntrelatie
  • Digitalisering (computers in de spreekkamer)

Als oplossingsrichtingen noemde zij:

  • Meer aandacht voor communicatietraining in opleidingen
  • Behoud van persoonlijke continuïteit in de zorg
  • Flexibilisering van consulttijden
  • Persoonsgerichte in plaats van ziektegerichte zorg. Een succesvol voorbeeld hiervan was een project in Noord-Limburg, waar meer tijd voor het gesprek leidde tot 20% minder verwijzingen naar het ziekenhuis.

Uit haar praktijkervaring deelde ze verschillende voorbeelden:

  • Een sprekend voorbeeld uit haar praktijk betrof een oudere dame die plastabletten kreeg voorgeschreven, maar daardoor haar sociale leven niet meer kon voortzetten omdat ze constant naar het toilet moest. Door empathisch te luisteren werd duidelijk dat deze behandeling niet paste bij haar levensstijl.
  • Bij een ernstige medische fout bleek dat openheid en oprechte excuses, gedragen door empathie, leidden tot begrip bij de patiënt.
  • Uit haar praktijkervaring als straatarts deelde ze een voorbeeld waarbij ze begrip toonde voor een dakloze patiënt die zijn uitkering aan drugs had besteed. Hoewel ze het niet eens was met deze keuze, was het belangrijk om zonder oordeel naar de situatie te kijken.

Vragenronde

  • Over het dragen van een witte jas door zorgpersoneel
    Van den Muijsenbergh gaf aan dat niet zozeer de jas, maar de houding van de arts bepalend is voor empathie. Wel is het belangrijk dat patiënten weten met wie ze te maken hebben.
  • Over online patiëntreviews
    Ze ziet deze als symptoom van een dieper probleem: mensen die zich niet gehoord voelen.
    Echte empathische zorg leidt meestal niet tot negatieve reviews, zelfs na fouten als deze open worden besproken. Haar ervaring leert dat patiënten zeer vergevingsgezind zijn bij fouten als er open en eerlijk over gecommuniceerd wordt.
  • Over zorgdomein en digitale vragenlijsten
    Deze worden sterk afgeraden omdat ze de persoonlijke interactie vervangen en geen recht doen aan de complexiteit van klachten. Ook artificiële intelligentie kan het menselijk contact niet vervangen.
  • Over empathie in medische opleidingen
    Hoewel communicatievaardigheden worden aangeleerd, verwatert dit vaak in de praktijk. Er is blijvende aandacht nodig tijdens de hele carrière.
  • Over culturele verschillen
    Bij patiënten met andere culturele achtergronden is empathie niet anders, maar vraagt het soms wel om andere uitingsvormen. Het gaat erom de persoon te zien en vertrouwen op te bouwen.
  • Over maatschappelijke trends
    Ze signaleert een algemene afname van empathie in de samenleving door individualisering en sociale media, maar ziet ook hoopvolle tegenbewegingen zoals meer onderlinge zorg in buurten.
  • Over antipathie
    Er is te weinig aandacht voor hoe zorgverleners moeten omgaan met gevoelens van antipathie jegens patiënten. Bewustwording hiervan en mogelijke oplossingen verdienen meer aandacht in opleidingen.
  • Over empathie bij kinderen
    Het belang van vroeg aanleren van empathie werd benadrukt, waarbij rolmodellen en gemengd spelen belangrijke factoren zijn.
  • Over zorgverzekeraars
    Er werd kritisch gesproken over hoe financiële overwegingen soms empathische zorg in de weg staan. Suggestie werd gedaan om via de inspectie hier meer aandacht voor te vragen.

De lezing werd afgesloten met een pleidooi voor het behoud van menselijk contact in de zorg en het belang van vroege empathie-ontwikkeling bij kinderen. Ook benadrukte ze de noodzaak van systeemverandering waarbij financiering meer gericht is op kwaliteit van zorg dan op productie.

Op een boeiende avond presenteerde prof. dr. Anton van Kalmthout een lezing over de betekenis van de Raad van Europa. De lezing concentreerde zich zowel op de historische context als op de huidige rol en uitdagingen van deze vaak onderbelichte instelling binnen de Europese politieke structuren.

Van Kalmthout betoogde dat de Raad van Europa, opgericht na de Tweede Wereldoorlog, primair tot doel heeft om democratie, mensenrechten en de rechtsstaat in Europa te bevorderen en te beschermen. Hoewel veel mensen de Raad van Europa vaak verwarren met de Europese Unie, hebben beide entiteiten fundamenteel andere doelstellingen en structuren.

Van Kalmthout benadrukte de unieke rol van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens als een essentieel instrument voor het handhaven van de mensenrechten binnen Europa. Het Hof biedt burgers, na uitputting van nationale rechtsmiddelen, de mogelijkheid om in beroep te gaan wanneer zij denken dat hun grondrechten zijn geschonden. De uitspraken hebben directe werking en de lidstaten zijn verplicht deze te implementeren.

De Raad van Europa is eveneens verantwoordelijk voor de Commissie voor de Preventie van Foltering (in het Engels: CPT). Deze commissie speelt een cruciale rol in het inspecteren van detentiecentra en andere plaatsen waar mensen hun vrijheid is ontnomen om inhumane behandelingen te voorkomen. Van Kalmthout deelde persoonlijke ervaringen van zijn tijd als lid van deze commissie, waarin hij geconfronteerd werd met diverse schendingen, waaronder overbevolking in de gevangenissen, mishandelingen en mensonwaardige leefomstandigheden.

Hij wees erop dat hoewel sommige verbeteringen inmiddels zijn gerealiseerd, er nog steeds talrijke uitdagingen zijn, vooral in de omgang met vreemdelingen, overvolle detentiecentra, psychiatrische inrichtingen en verzorgingshuizen. Toch, aldus Van Kalmthout, heeft de commissie een positieve invloed gehad omdat de inspectierapporten doorwerken in de beslissingen van het Europees Hof en geleid hebben tot de vaststelling van internationaal erkende normen. In veel detentiecentra zijn de leefomstandigheden daardoor aanzienlijk verbeterd.

De afgelopen 75 jaar heeft de Raad van Europa een belangrijke bijdrage geleverd aan herstel en ontwikkeling van democratie en rechtsstaat in de 46 aangesloten lidstaten. Dat neemt niet weg dat de rechtstaat, mensenrechten en democratie het gevaar lopen te eroderen, als gevolg van de populistische bewegingen binnen en buiten Europa, die democratische waarden onder druk zetten. Onderstreept door recente gebeurtenissen in zowel de Verenigde Staten als Rusland, eindigde de lezing met een kritische noot over de toekomstige uitdagingen voor de Raad van Europa, vooral te midden van toenemende politieke spanningen die de fundamentele waarden van de instelling ondermijnen. Van Kalmthout riep op tot een hernieuwde inzet om de democratie, rechtsstaat en mensenrechten te verdedigen tegen deze opkomende dreigingen.

Discussie
Na de lezing ontstond er een levendige discussie waarbij verschillende vragen en zorgen aan de orde kwamen.

Een van de eerste vragen ging over de landen die, afgebeeld op een kaart, niet zijn aangesloten bij de Raad van Europa. Wit-Rusland, aldus de spreker, is uitgesloten vanwege het dictatoriale regiem en omdat het land de doodstraf niet heeft afgeschaft. Kaliningrad maakt deel uit van Rusland, dat na de inval in Oekraïne uit de Raad van Europa is gezet. Kosovo is volgens Servië geen zelfstandige staat maar onderdeel van Servië en maakt geen deel uit van de Raad van Europa omdat het door veel landen nog niet is erkend.

Vervolgens een vraag over de toekomst van de Raad van Europa: Van Kalmthout benadrukte de rol van de Raad als belangrijke tegenkracht, samen met de Europese Unie, nu er binnen en buiten Europa ontwikkelingen gaande zijn die de democratie, rechtstaat en mensenrechten ondermijnen. Hij noemde specifiek landen als Hongarije en Turkije, waar de rechtspraak onder druk staat en het mensenrechtenverdrag en de beslissingen van het Europese Hof niet altijd worden opgevolgd. Turkije heeft na de zogenaamde revolutie van enkele jaren geleden duizenden rechters en officieren van justitie de straat op gestuurd of in de cel gezet.
Ook in Nederland bepleiten sommige partijen steeds openlijker dat we het Verdrag met de Raad van Europa maar beter kunnen opzeggen, omdat dit de eigen beleidsplannen in de wielen rijdt. Zo is opmerkelijk dat waar de Raad van State in zijn kritische advies over de Asielnoodmaatregelenwet op diverse plaatsen verwijst naar mogelijke tegenstrijdigheden met een aantal artikelen uit het Europees verdrag, de regeringspartijen in hun reacties hier volledig aan voorbij gaan. Stel dat die wet doorgaat, dan komen die artikelen later ongetwijfeld aan de orde bij een toetsing van de Nederlandse wet door het Europese Hof of door een Nederlandse rechter die verwijst naar het Europees Verdrag. En dan zul je zien dat sommige partijen reageren met: ‘Zie je wel, dat Verdrag, die rechters, die rechterlijke macht, die houden ons tegen. Wij kunnen niet doen wat wij zouden moeten doen, weg met die wetten, weg met die rechters’. Hier ben ik pessimistisch over.

Een andere aanwezige vroeg naar de humaniteit van de extra beveiligde inrichting in Vught. Van Kalmthout merkte op dat Amnesty International en het CPT regelmatig hun zorgen hebben geuit over het minder humane karakter van deze inrichting.

Er werd ook gevraagd naar de maatregelen die de Raad van Europa neemt om hun boodschap beter over te brengen. Van Kalmthout legde uit dat de RvE een goed functionerend persapparaat heeft, maar dat de onderwerpen vaak niet voldoende aandacht krijgen in de media. Hij benadrukte het probleem van onwetendheid en het gebrek aan interesse in mensenrechten in het algemeen en de betekenis van de Raad van Europa bij de handhaving en bevordering daarvan. Vorig jaar, bij het 75 jarig bestaan van de Raad, was het Brabants Dagblad de enige krant die daar uitvoerig aandacht aan heeft besteed.

Er werd ook gevraagd of landen zich aan de uitspraken van het Hof houden. Volgens van Kalmthout kan de politieke situatie in een land zodanig veranderen dat die landen zich minder gaan aantrekken van het Europees Verdrag en uitspraken van het Hof. Voorbeelden daarvan zijn Rusland, Hongarije, Turkije en tot voor kort ook Polen. Ook in Engeland stuiten uitspraken van het Hof regelmatig op protesten van politici. Engeland heeft altijd moeite gehad met het afstaan van soevereiniteit. Anders dan ten aanzien van de Europese Unie heeft Engeland het lidmaatschap van de Raad van Europa echter niet opgezegd en lijkt het land thans weer meer toenadering tot Europa te zoeken.

Ten slotte werd gevraagd naar de samenwerking tussen de Raad van Europa en Amnesty International. Van Kalmthout legde uit dat er geen formele samenwerking is, maar dat er wel veel informatie-uitwisseling plaatsvindt. Soortgelijk overleg en kennisneming van elkaars rapporten en bevindingen vindt ook plaats met andere non-gouvernementele organisaties. Echter, rapporten van het CPT, die niet openbaar zijn en vertrouwelijk verkregen informatie bevatten, mogen niet gedeeld worden met andere organisaties. Gelukkig worden alle rapporten van het CPT tegenwoordig door alle regeringen gepubliceerd.

Het werd duidelijk dat Van Kalmthout zich zorgen maakt over de erosie van de gemeenschappelijke waarden in Europa en de verminderde bewustwording van het belang van mensenrechten voor het behoud van democratie en rechtsstaat. Hij riep iedereen op tot meer betrokkenheid bij de huidige maatschappelijke en politieke ontwikkelingen. De rechtsstaat moet beschermd en versterkt worden!